Bekijk het overzicht

Omloop 1969: Roger De Vlaeminck wint meteen eerste profkoers

28 February 2019

We ontmoeten Roger De Vlaeminck in Eethuis Mie Katoen in Affligem. Aan de muur hangen foto’s van ‘Monsieur Paris-Roubaix’ naast die van Eddy Merckx en andere wielerhelden. De Vlaeminck is er kind aan huis, uitbater Johny Van Den Borre is een goede vriend en fan. “Johny, geef ons eens een hapje!” lacht Roger. Hier zit je goed als wielerfan.

1969, de dan 21-jarige Roger De Vlaeminck is aan het begin van zijn carrière meer veldrijder dan wegrenner, net als zijn broer Erik. De week voor Omloop Het Volk rijdt hij nog het WK veldrijden voor amateurs in Magstadt, Duitsland. “Ik reed er bijna een hele wedstrijd op kop, maar 500 meter voor de finish ging mijn ketting er af in een afdaling”, weet De Vlaeminck nog. “Ik was te zenuwachtig om ze er snel terug op te leggen. René De Clercq (vader van Mario De Clercq, red.) stak me toen nog voorbij en ik werd tweede.”

Na het wereldkampioenschap begint zijn voorbereiding op de weg. Hij werkt een paar korte trainingen af en rijdt op woensdag het  clubkampioenschap van de Gentse Velosport. De Vlaeminck zal in die week voor de Omloop nooit meer dan 100 km rijden. “Ik kwam recht uit het veld. Ik had zelfs nog geen koersschoenen gekregen van de ploeg, dus reed ik de Omloop maar met mijn crossschoenen. Mijn voorbereiding was dus verre van ideaal. Ik wist wel dat mijn conditie goed zat, maar eigenlijk deed ik maar wat”, geeft De Vlaeminck toe. 

1 MAART 1969
Omloop Het Volk 1969, het is ondertussen al 50 jaar geleden. Maar Roger De Vlaeminck herinnert zich de wedstrijd nog alsof het gisteren was. “Ik had geen stress voor de wedstrijd. Ze keken ook niet naar mij, hé. Er reden die dag zoveel grote namen mee, dat alle aandacht naar hen ging. Patrick Sercu, Eddy Merckx, Eric Leman…”

Eric Leman is in 1969 een ploegmaat van De Vlaeminck, ze rijden samen bij Flandria. “Maar ik moest niet in dienst van Eric rijden”, zegt Roger daarover. “We hadden vooraf geen instructies meegekregen en zelfs als dat het geval was geweest, zou ik daar toch niet naar geluisterd hebben. Iedereen deed zijn zin bij ons in de ploeg. Vooraf werd misschien verwacht dat ik de sprint zou aantrekken voor Leman, maar ik wou niet werken voor iemand anders. Bij Flandria was eigenlijk iedereen kopman.” 

De Vlaeminck is mee wanneer de goeie vlucht vertrekt. “Ik reed in de buurt van Eddy Merckx en ik heb me dan maar in zijn wiel gezet. Uiteindelijk zijn we met zo’n zeventien renners voorop geraakt, alle favorieten waren mee. Ik had een hele dag goeie benen en kon makkelijk volgen, maar winnen… Daar heb ik onderweg op geen enkel moment aan gedacht. Patrick Sercu zat daar ook nog en ik was ervan overtuigd dat hij zou zegevieren.”

Het is uiteindelijk Eddy Merckx zelf die in het centrum van Gent de sprint aantrekt, voor zijn ploegmaat Sercu. “Ik had me in het wiel van de topfavoriet genesteld”, gaat De Vlaeminck verder. “Ik dacht ‘als ik hem kan volgen, eindig ik in de top vijf of misschien zelfs top drie’, maar uiteindelijk had ik nog veel over. Het ging niet zo snel als ik verwacht had en ik voelde me echt nog goed. Maar er was één probleem, om de 70 meter stond er een bloembak op de weg, waardoor het aartsgevaarlijk was om iemand voorbij te steken. Toen ik aanzette, liet Sercu een opening, waar ik me tussen smeet. Als hij dat niet gedaan had, was ik vol tegen een bloembak gereden. Ik had geluk. Ik zag mijn kans en niemand ging nog over mij.”

GEEN JALOEZIE
Roger De Vlaeminck is nog steeds trots op die eerste zege als debutant in het profpeloton. En dan nog in dé openeningsklassieker. “Als debutant je eerste profwedstrijd winnen, dat doen er mij niet veel na, hé”, zegt Roger De Vlaeminck met fonkelende ogen. “Weet je waar ik nog het meeste trots op ben? De dag na de Omloop heb ik nog een cross gereden in Overboelare, ik werd er tweede achter mijn broer Erik. Ik heb mijn eerste profzege dus tussen twee veldritten door behaald. Er werd op voorhand geen rekening gehouden met mij, maar als je goed bent, is het onmogelijke mogelijk. Van toen af aan kenden ze mij wel hoor.”

 

(c) Koersmuseum Roeselare

  • Koersmuseum Roeselare © Koersmuseum Roeselare

Gerelateerd nieuws